‘Zoek het uit’

470 - 399 v Chr wist Socrates al gebruik te maken van provocatie om een gesprek op gang te krijgen. Provoceren is nog steeds een manier om een (filosofisch) gesprek op gang te brengen maar soms provoceren mensen ook wel om HET provoceren an sich of voor de lol. Dat idee kreeg ik ook toen ik een vrouw aansprak die met draaiende motor in een parkeergarage zat te wachten op een bestuurder die boodschappen was doen. Draaiende motor in een parkeergarage, pontificaal voor de ingang van een supermarkt, benen uit het open raampje en onderuitgezakt handelingen verrichtend op een soort zakcomputertje. In deze parkeergarage voel ik mij als voetganger snel benadeeld door automobilisten met onnodig draaiende motoren. Dus, toen ik deze vrouw zo zag zitten kon ik het niet laten, haar bij het naar gaan, even (vriendelijk) aan te spreken. Het resultaat daarvan laat zich raden; "Nou en.." "Waar ik me mee bemoeide" en "Zij had er geen last van dusss...". En terwijl deze mevrouw dit zei keek zij slechts 1 seconde op; de rest van de 20 seconden van onze fantastische ‘dialoog’ werd opgeëist door dat zakcomputerdingetje in haar hand.

Inwendig moest ik een beetje lachen om de ‘zoek het uit’ reactie van deze mevrouw. En natuurlijk was mijn eigen hypocrisie (ook ik rijd auto) evengoed lachwekkend, tenminste, als je dit alles een beetje lichtzinnig opvat. Aan dit voorval moest ik denken toen ik las over de ideeën van De filosoof Diogenes (400-ca.328 v. Chr.). Hij was bijv. van mening dat je je behoeften op een zo simpel mogelijke manier moest bevredigen. Zo masturbeerde hij, volgens de verhalen, op marktpleinen en hield een pleidooi voor een vrije liefdesgemeenschap waarbij iedereen het met iedereen deed. De buurvrouw met de buurman, de zoon met de moeder, de vader met de dochter. Gelukkig voorzag Diogenes ook problemen bij een dergelijke samenleving maar een ander/ het andere probleem loste de scherpzinnige filosoof met deze ideeën weer op. Bij een dergelijke samenleving, zo verklaarde hij, kon je niet uitmaken welk kind van wie was, mocht iedereen zich als ouder beschouwen en kon iedereen zich met elkaar of de opvoeding bemoeien.

Het doel van deze filosoof heiligt de middelen niet. Diogenes provoceert maar tegelijkertijd werkt het idee bevrijdend omdat we het slechts bij ideeën kunnen houden. Daarom houd ik een pleidooi voor het aanleren van  filosofische vaardigheden (op school). Er is geen autoriteit, er vindt geen beoordeling plaats, er is geen methodisch stappenplan en er is geen afrekencultuur. Wat er vooral wel is, is een ‘dialoog’, in een veilige leeromgeving, die voldoet aan democratische waarden en waar kinderen en jongeren het democratisch samenleven kunnen praktiseren.